
Dit seizoen hernam Jan Fabre ‘Quando l’uomo principale è una donna’ (Als de eerste man een vrouw was). De opwindende danssolo was al meer dan 120 keer opgevoerd door Lisbeth Gruwez, maar de Belgische danseres geeft de fakkel nu door aan het grote Koreaanse talent Sung-Im Her. Zij bevindt zich onder een hemel van flessen, waaruit de olijfolie eerst druppelt, vervolgens gutst en spettert, om tot slot het hele toneel om te vormen tot een spiegelend bad.
De kracht van deze solo ligt in de constante verschuivingen: van man naar vrouw, van mens naar dier, van glijdende bewegingen naar langzaam omhoog komen, als een boom die steeds meer vertakkingen krijgt, als een zwaan die zichzelf bevrucht heeft.
Jan Fabre behoort al jaren tot de meest toonaangevende hedendaagse theatermakers van Europa. Kenmerkend aan zijn werk is de visuele kracht, zijn fascinatie voor lichaamssappen en zijn niet aflatende zoektocht naar de grenzen van het menselijk lichaam. Ik heb al een tijdje kaartjes voor deze voorstelling in Utrecht, maar ik ging vandaag naar ‘t Barre Land kijken in Arnhem en op hun seizoensbrochure stond de foto die ik hierboven heb geplaatst. Dat deed me er ook aan denken dat ik ze zeker hier even moest vermelden.